|
Ten tijde van de oprichting van de
polikliniek hield men zich vooral bezig met de behandeling van open
benen. In de loop der jaren is het zwaartepunt op het behandelen van
spataderen komen te liggen. Een spatader is een kronkelige, knobbelige,
uitgezette ader die door het niveau van de huid naar buiten puilt. Ze
komen vooral voor op de benen, bij de vrouwen iets vaker dan bij de
mannen. Mensen met spataderen hebben in veel gevallen klachten van
vermoeide of zware benen, spanningsgevoel en pijn.
|
Maar er zijn ook mensen met flinke
(vingerdikke) spataderen die nergens last van hebben. Hoe
ontstaat zo’n spatader? Het hart pompt via de slagaders
zuurstofrijk bloed naar de organen en weefsels. Het zuurstofarme
bloed moet vervolgens via de aders weer terug naar het hart, wat
door verschillende samenwerkende mechanismen bewerkstelligd
wordt. Een daarvan is de kuitspierpomp, die de circulatie helpt
bij het, tegen de zwaartekracht in, terugpompen van het bloed
richting hart. Spieren in de voeten en de benen die zich spannen
bij het lopen, knijpen in de aders.
|
 |
Een ventielsysteem met kleppen in
de aders zorgt dat het bloed alleen omhoog kan, richting hart.
Dit ventielsysteem kan defect raken: als de aders uitrekken
kunnen de kleppen zich niet meer sluiten en ontstaan er op die
plekken uitstulpingen: het begin van de vorming van spataderen.
Wanneer er geen maatregelen worden genomen om de plaatselijke
stuwing van het bloed op te heffen, gaan steeds meer kleppen
bloed doorlaten en komen er steeds meer spataderen bij.
In Terwolde worden spataderen behandeld met de zogenaamde
sclerocompressietherapie, waarbij spataderen worden ingespoten
met een vloeistof of een foam van de etsende stof aethoxysclerol
waarbij na verloop van tijd ( 2 dagen ) de verbindweefseling van
de vaatwanden goed op gang komt en zo de ader doet verdwijnen.
Tijdens de behandeling worden de benen stevig gezwachteld met
een korte rek zwachtel, waarbij na de laatste inspuitingen het
bovenbeen nog 10 dagen en het onderbeen 14 dagen gezwachteld
blijft. In plaats van de zwachtels kan gekozen worden voor het
dragen ( na 2-3 dagen ) van elastische steunkousen, klasse 2
|
 |
 |
De bloedafvoer in de benen gaat
voor 90% via het zogenaamde diepe en voor 10% via het
oppervlakkige systeem. “Spataders zitten altijd in het
oppervlakkige systeem”. het oppervlakkige systeem is een
uitgebreid netwerk, een soort oerwoud van vaten, met
verbindingen onderling en met het diepe systeem. Veel mensen
zijn bang dat de capaciteit van de bloedafvoer vermindert
wanneer spataders worden uitgeschakeld. Die angst is onnodig,
want als je een spatader of een gedeelte daarvan dichtmaakt,
haal je een klein deel van het oppervlakkige systeem weg. Dat is
dus een heel gering gedeelte van het hele systeem. Bij dit alles
gaan we uit van een goed functionerend diep systeem, wat we
controleren met de plethysmografie. Wij gebruiken hiervoor de
digitale photo plethysomgraaf (DPPG).
In de nabije toekomst zal dit met de echo-doppler gedaan worden
wat bij de diagnose stelling sneller en effectiever werkt en
waarbij de behandeling nog verfijnder gedaan kan worden.
Helaas komen spataderen na behandeling vaak weer terug. Bij
recidive gaat het meestal om andere vaten. De kans dat een
gesloten vat weer opengaat is ongeveer 10%. Onbehandelde
spataderen kunnen problemen geven, maar het hoeft niet. Er zijn
mensen met primaire spataderen die nauwelijks of geen klachten
hebben en geen problemen! Maar anderen, die hun spataderen
hebben gekregen na een zwangerschap of een doorgemaakte
trombose, kunnen wel last krijgen. Men spreekt dan van
secundaire spataderen. Zij hebben een grotere kans op
bijvoorbeeld een open been of dermatologische aandoening die met
spataderen kan samenhangen, zoals eczemen. Die moet je dus wel
behandelen.
Preventie
Spataderen zijn over het algemeen een kwestie van aanleg.
Daarnaast zijn er “aanzettende factoren” zoals:
√ zwangerschap
√ pilgebruik
√ trombose
√ overgewicht
√ staand beroep
Bij staande beroepen is het schoeisel heel belangrijk. Schoenen
moeten goede ondersteuning bieden aan de voeten. Dan krijg je
een betere loopwijze en een betere pompwerking van de
(kuit)spieren, en dus een betere bloedcirculatie. Je moet
beslist geen hoge hakken dragen, want dan doet de
kuitspierpomp het niet goed meer. Als je veel staat kun je
proberen af en toe wat te lopen of loopbewegingen op de plaats
te maken. En mocht je nou toch last krijgen? Bij beginnende last
kun je steunkousen gaan dragen. Het beste is een elastische
steunkous drukklasse 2, confectie of naar maat.
Klasse 1 is vergelijkbaar met “stay all day” kousen.
Tegenwoordig kun je klasse 2 kousen ook in wat modieuzere tinten
krijgen dan de ouderwetse huidskleur. De BSN (merk) producten
zijn hier goed in!
Verder zijn steunkousen ook praktisch bij lange bus- of
vliegreizen om te voorkomen dat je dikke voeten krijgt. Dan pas
je aan het eind van de reis tenminste nog in je schoenen. |
|